Een column schrijven over vitaliteit terwijl ik ziek achter mijn laptop zit. Kan dat eigenlijk wel? Mijn innerlijke dialoog draait op volle toeren, terwijl mijn lichaam 'ho' roept. Maar ik ga toch nog even door met schrijven. Ik begrijp ook ineens waarom het woord deadline geen lifeline heet.
'De lezer merkt hier toch niets van', zegt een stiekem en dominant stemmetje. En waarom zou ik niet een vitaal imago ophouden in plaats van de lezer lastig vallen met een 'niet kunnen vandaag'?
'Ik luister hardnekkig moeilijk naar wat mijn lichaam nodig heeft'
'Kan niet ligt op het kerkhof en wil niet ligt ernaast'. De zin plopt op in mijn hersenen en veroorzaakt een knoop in mijn maag. Het was een gevleugelde uitspraak in ons gezin. En zoals familiespreuken en gezegdes voor ons allemaal een diepe betekenis en drijfveer in handelen teweegbrengen, heeft het er bij mij toe geleid dat ik, mag ik wel zeggen, een aardig doorzettingsvermogen heb. Maar elke waarde heeft ook altijd een doorgeschoten en vervormde kant, een keerzijde van de medaille. En bij mij is die keerzijde dat ik toch hardnekkig moeilijk luister naar wat mijn lichaam nodig heeft in tijden dat ik meen dat anderen en omstandigheden 'verwachtingsvol' zijn. Iets met onderliggende belemmerende overtuigingen? Ja, natuurlijk.
Om 11.30 uur heb ik een Teams-vergadering in mijn agenda staan. Belangrijk, belangrijk. Die wil ik toch nog door laten gaan. Zal ik mijn gezicht toch even een beetje opmaken, zodat mijn mogelijke opdrachtgever een energiek en sprankelend persoon op het scherm ziet? Want ja, de organisatie schreeuwt om een vitale spreker, een inspirerende sessie om samen de energietransitie in te gaan. 'Help, geef me energie', zegt mijn lijf. Ik voel me net dat kindje met kwartetten: 'Ik zie dat je dat kaartje nodig hebt, maar ik heb het niet in huis.' Maar mijn hoofd zegt: 'Nog heel even doorgaan, dat moet toch lukken?'
Ping, een whatsappje komt binnen. Mevrouw 'energietransitie' verontschuldigt zich: 'Kunnen we onze meeting alsjeblieft verzetten, ik ben ziek en moet naar de dokter.' Een denkbeeldig vreugdesprongetje maakte zich van mij meester. Wel zaak, dat ik niet direct reageer met dat vreugdesprongetje, maar empathisch aansluit met mijn bezorgdheid en ik moet natuurlijk niet vergeten haar beterschap te wensen. Door haar openhartigheid durf ik ook over te steken (ik denk dat dat zo werkt): 'Ik ben eigenlijk ook ziek' app ik, terwijl ik me erop betrap dat ik met het woordje 'eigenlijk' meteen alweer een stukje ontkenning inbouw.
Een week later, alweer enigszins hersteld, ben ik met mevrouw 'transitie' aan het beeldbellen. Wat aanvankelijk een methodisch vraagstuk leek krijgt een persoonlijke wending en verdieping. Mevrouw 'transitie' wordt Joke en ze deelt haar zorg. Vanuit haar functie als HR-manager, maar vooral als mens. Het ziekteverzuim in haar organisatie is het afgelopen jaar schrikbarend gegroeid. Veel mensen kampen met burn-outklachten, juist díe mensen met een hoog verantwoordelijkheidsgevoel en een sterke antenne voor de grote problemen in de wereld, die ze in het klein elke dag vertaald zien ín de organisatie en privé. 'Hoe kunnen we binnen onze organisatie, naast alle taken, meer voor elkaar én de aarde zorgen?', lijkt de centrale vraag. En Jokes acute vraag aan mij: 'Hoe kunnen we voorkomen dat mensen vanuit een hoog arbeidsethos alsmaar door blijven gaan als ze al bijna op omvallen staan?'
Ik kijk niet naar mijn beeldscherm, maar in de spiegel.
Wilt u Annette uitnodigen voor een lezing, een column of een interview?