De oude Griekse filosoof en schrijver Plato stelde: 'Wijsheid is... kijk naar binnen en verbaas u over jezelf.' Het was zijn morele overtuiging, die we tegenwoordig zelfreflectie zouden noemen, dat in de weg van het kennen van jezelf een hoge ethische verantwoordelijkheid besloten lag. Met een milde knipoog naar de uitnodiging om je verwarring en verbazing te omarmen, als blijk van de kracht van het niet weten en de stimulans om te blijven zoeken en leren.
Jan Terlouw verwoordt het bijna tweeënhalf duizend jaar later als titel van één van zijn boeken: Hoed u voor mensen die iets zeker weten. Ach, u kent het zelf ook wel. Zit u op een feestje naast een 'zoeker' of naast een 'weter'? Naast wie zit u het liefst? Maar welke neiging hebben we zelf? Dat vereist zelfreflectie.
'De kleur van zelfreflectie wordt voor een groot deel bepaald door omstandigheden en de blik van de ander'
Zelfreflectie. Het begrip heeft in onze samenleving zowel een kritische als een waarderende associatie. In opleidingen, persoonlijke ontwikkelingstrajecten, supervisies en organisaties is het vermogen tot zelfreflectie een vereiste en onderdeel van het professionele handelen.
Toch blijf ik het wonderlijk vinden en vrees daarbij ook, dat we, in een sterk geïndividualiseerde westerse samenleving én vanuit een gefragmenteerd denken, zelfreflectie als een losstaande intrapersoonlijke entiteit zijn gaan zien en beoordelen: 'Ik denk, dus ik besta. Ik kan zelf – lees: alleen – reflecteren, dus ik besta.'
Het diepgewortelde Afrikaanse mens- en wereldbeeld Ubuntu gaat er vanuit dat wij als mensen enkel en alleen kunnen bestaan binnen de onlosmakelijke verbondenheid met elkaar en in relatie met de aarde: Ik ben, omdat wij zijn en wij zijn omdat de aarde is. Anders dan de westerse eenzijdige focus op 'willen en kunnen' (yes, I can) worden in de spirit van Ubuntu de 'anderen en de omgevingsfactoren' als net zo essentieel meegewogen en de wisselwerking tussen al die componenten gezien als oorzaak van ons denken, voelen en handelen. 'Ik ben, omdat wij zijn' werpt dus een fundamenteel ander licht op zelfreflectie. Namelijk, dat de kleur van zelfreflectie dus voor een groot deel wordt bepaald door omstandigheden en de 'blik van de ander'.
Schrijfster Annie M.G. Schmidt beschreef de essentie van 'zelfreflectie via de blik van de ander' mijns inziens magistraal in haar boek Otje. De vader van Otje, Tos, was kok zonder papieren, maar mét driftaanvallen. In een hekelende persiflage op de bureaucratie en psychiatrie werd hij intrapsychisch behandeld met middelen waarin veelvuldig 'hal en dol' voorkwam. Maar er was eigenlijk maar één middel dat vader Tos echt kalm kreeg en hem rustig kon laten reflecteren: het malkanderspiegeltje. Als Tos in zijn kleine zakspiegeltje keek zag hij niet zichzelf, maar dochtertje Otje. Omgekeerd, als Otje in haar spiegeltje keek zag ze de blik van haar vader. Rust, liefde, respect en vertrouwen leerden ze niet door onafhankelijk 'naar binnen te kijken', maar via de begrijpende en bemoedigende blik van de ander: 'Ik zie jou!'
Ik denk aan mijn moederland Zuid-Afrika. Aan al mijn reizen, zoektochten naar een thuis en mezelf, via de ontmoetingen met wijze anderen en omarm inmiddels de weg naar zelfreflectie via het diepgewortelde Afrikaanse mens- en wereldbeeld: 'Ek moet reis om die wêreld om huis toe te gaan en praat met een vreemde om myself te verstaan'. Ik geloof in malkanderspiegeltjes…
Wilt u Annette uitnodigen voor een lezing, een column of een interview?