'Voor mijn..., die ik begin te leren kennen'. Je schreef het in je gedichtenbundel voor mij. Thuis aangekomen las en herlas ik je zinnen. 'Begin te leren kennen...' Een begin van wat? Wil je me dan verder leren kennen? Is dit een uitnodiging?
Ik weet niet wanneer het begon, bij mij begon. Mijn beginnende liefde voor jou. Mijn hersenen zoeken de reconstructie, alsof ik het antwoord in het verleden en de logica meen te vinden. Ons contact wordt, met veel voorzichtigheid en respect, steeds persoonlijker. Mijn hersenen komen in een weddenschap van intuïtie, angst en controle terecht: 'Als zijn aanhef in de eerstvolgende mail 'lieve' is dan... durf ik daarna ook 'lieve' te schrijven. Afsluitend met 'warme groet', omdat jij dat ook doet.
Als ik naar je toe rijd, tracht ik mezelf kalm toe te spreken: 'Er is niets aan de hand, probeer te genieten van een gewoon fijn gesprek.' Maar ik tril, tril als een espenblad. Hoe is dit mogelijk? Wat gebeurt er met me? Ik ben bijna zestig jaar, maar voel me een kwetsbaar meisje van twaalf. Ik repeteer de zogenaamde intelligente onderwerpen, veilige onderwerpen waar ik mee binnen kan komen en op terug kan vallen om niet weg te zinken in een reddeloze verliefdheid.
Ik heb eigengemaakte soep voor je meegenomen. 'Neem je het diepvriesbakje de volgende keer mee?', vraag je. Het lijkt om niets te gaan. Maar ik sta in je keuken, je laat letterlijk in je keuken kijken. 'De volgende keer..?' Ik knoop je woorden als muziek in mijn oren. Hij wil een volgende keer...
'Ik smelt al bij het zien van je theepot'
We eten samen kersen, de pitten verlaten gelijktijdig onze mond. Ik zie je tanden en je tong. We buigen voorover en schuiven dichter naar elkaar toe. Ik smelt al bij het zien van je theepot en door de trekker op de wc, die een handgeschreven handleiding heeft. Ik luister naar je verhalen en voel je stem.
Zuurstof, zuurstof. Wandelend door je tuin met de oude bomen. Iedere boom zijn wortels en zijn verhaal. Het is koud, je slaat een arm om mij heen. 'Het is goed zo.' Koude natte voeten, ik dans door de wei. Mijn bloed stroomt. Ik zie de oude man en het kleine speelse jongetje in één. We lopen gearmd, je helpt me over het hek en prikkeldraad heen. Aii... brandnetels. 'Voorzichtig, zal ik je benen insmeren?' Mijn lijf tintelt in elke vezel.
In de vochtige donkere stal kus je me voor het eerst. Intens voorzichtig. Wie van ons tweeën is het meest kwetsbaar? Innig gearmd breng je me naar mijn auto. We zwijgen. Denken we hetzelfde? Ons leeftijdsverschil is enorm. Is er wel een toekomst? 'Ik wil bij je zijn, al zou de toekomst maar drie uur zijn'. We kussen, ik voel je tong die ik zag bij het kersen eten. 'Kom je gauw weer? Ik wil dronken met je worden.' 'Warme groet' heeft, onder ons schrijven, inmiddels plaats gemaakt voor 'liefs'.
Ik begin je te leren kennen. En mezelf? Ik ben omdat WIJ zijn!
September/ oktober 2019 | The Optimist NL
Wilt u Annette uitnodigen voor een lezing, een column of een interview?